SN 7:1 - Dhana˝janī Sutta

Dhana˝janī

<187> Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens in het Eekhoorntjespark, in het Bamboebos nabij Rājagaha. En Dhanañjanī, de echtgenote van een Brahmaanse priester van het geslacht der Bhāradvājas, had toen vertrouwen in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha.

En het gebeurde dat, terwijl ze haar echtgenoot de maaltijd bracht, ze struikelde, en drie keer de volgende uitspraak herhaalde:

“Hulde aan de Gezegende, de Arahant, de Volledig Verlichte!
Hulde aan de Gezegende, de Arahant, de Volledig Verlichte!
Hulde aan de Gezegende, de Arahant, de Volledig Verlichte!”

En toen zei die Brahmaanse priester van het geslacht der Bhāradvājas het volgende: “Voor het minste en geringste spreekt die paria haar lof uit voor die kaalgeschoren monnik! En nu, stomme vrouw, ga ik de leer van die leraar weerleggen!”

“Brahmaan, ik zie niemand in deze wereld met haar goden, haar Māras en Brahmās, met haar generatie van monniken en priesters, met haar koningen en onderdanen, die de leer van de Gezegende, een Arahant en een Volledig Verlichte, zou kunnen weerleggen. Maar ga maar, Brahmaan; wanneer je zelf gegaan bent, zul je het begrijpen.”

En toen ging die Brahmaanse priester, kwaad en pissig, naar de Gezegende. Nadat hij bij de Gezegende aangekomen was, wisselden zij vriendelijke beleefdheden uit, waarna de Brahmaanse priester terzijde van de Gezegende ging zitten. Zo gezeten zei de Brahmaanse priester het volgende:

“Met wat verwijderd, slaapt men zacht?
Met wat verwijderd, treurt men niet?
Wat is het ding, het doden waarvan,
De goedkeuring van Gotama krijgt?”

[De Boeddha:]
“Met boosheid verwijderd, slaapt men zacht.
Met boosheid verwijderd, treurt men niet.
Boosheid met giftige wortel en zoete top:
De Edelen prijzen het doden hiervan,
Want zonder boosheid treurt men niet.”

Toen dit gezegd was, sprak de Brahmaanse priester Bhāradvāja als volgt tot de Gezegende: “Geweldig, Eerwaarde Gotama! Prachtig, Eerwaarde Gotama! Het is net alsof U dat wat gevallen was weer overeind zet, alsof U dat wat verborgen was weer openbaart, alsof U de weg wijst aan iemand die verdwaald was, alsof U een licht schijnt in de duisternis, zodat zij die ogen hebben dingen kunnen zien. Zo heeft U op verschillende manieren de Dhamma uitgelegd. En ik neem toevlucht tot de Eerwaarde Gotama en de Dhamma en de Orde van monniken. Ik zou graag het weggaan in thuisloosheid willen ontvangen van de Eerwaarde Gotama, en ook de hogere inwijding.”

En toen ontving de Brahmaanse priester van het geslacht der Bhāradvājas het weggaan in thuisloosheid van de Gezegende, en hij ontving de hogere inwijding. En niet lang daarna bereikte de Eerwaarde Bhāradvāja, alert, vol ijver en vastberaden, en alleen en in afzondering levend, het onovertroffen doel waarvoor zonen van goede families terecht het huis verlaten en wegtrekken in thuisloosheid. Hij bereikte de perfectie van het religieuze leven en zag de Dhamma, en hij begreep en verwezenlijkte haar volledig. Hij besefte: “Geboorte is ten einde, het religieuze leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan, er is geen volgend leven meer.” En de Eerwaarde Bhāradvāja werd een van de Arahants.



vertaald door Dhammajoti - © 2008     |     Installeer het Gentium font